donderdag 31 december 2009

nieuwjaar 2006

Liefde in 2006


Heeft u leuke cadeautjes gekregen, lieve lezer? Ik mag niet klagen. Over een maand word ik er vijftig, en wat blijkt? Mijn favoriete film aller tijden ‘The Sound of Music’ is veertig jaar geworden. Mijn jongedames schonken me een dubbel-dvd, een speciale verjaardagseditie. Mét karaoke-schijf erbij!

En zo komt het dat wij op Oudejaarsavond met zijn allen in de zetel rond de televisie zaten te zingen. Mijn twee schoonzoons keken een beetje meelijwekkend naar de familie Flodder die met gloieiende wangen luid zat mee te kwelen.

Mijn drie madammen hebben noodgedwongen al honderden keren al die wereldsongs van Rogers & Hammerstein gehoord. Weet ook dat elk van mijn drie vrouwen thuis een beetje vals zingt: de Pointer Sisters op een slechte ochtend. Gelukkig heb ik een nachtegalenstem en nam ik de leiding.

,,The Hills are alive, with the sound of music!!!’ en dan heel luid ,,You are sixteen, going on seventeen, baby, it’s time to think....’’.

Ik gaf de schoonzoons opdracht om zich nuttig te maken en glaasjes cava en bordjes pata negra te serveren terwijl wij loeiend hard meezongen van ,These are a few of my favourite things!’

Heel alleen vertolkte ik Edelweiss, ‘Every morning you greeeeeeet me!’. Kapitein Von Trapp in Ledeberg. Het was zowaar ontroerend.

De stoutste van de schoonzoons probeerde plots: ,,Loetse, moesten wij niet vertrekken naar de vrienden?’’. De andere sprong mee in de boot: ,,Schatteke, we moeten ons nog gaan verkleden thuis...’’

En dus bleven, zoals afgesproken, de oudjes alleen over om naar 2006 te springen. Een beetje hert, een beetje Youp van ‘t Hek, een snuifje Belle Perez, een glaasje champagne, een paar Sint-Jacobsbeesten, een grote zoen voor het slaapkamervenster om middernacht, en veel vuurwerk om ons heen.

,,Gaat ge mij nog graag zien in 2006?’’, vroeg ik bang aan mijn madam. ,,Mannen van vijftig worden rustiger, schrijven ze in de boekskes, maar dàt wil ik niet hoor!’’ lachte ze terug.

Ik beloofde dat mijn duvel nooit zal doodgaan en we dronken beneden een allerlaatste glas. Liefde met bubbels. Het kan smaken.

woensdag 16 december 2009

Plastieken kerstbomen zijn voor socialisten


Volgend jaar wil ik een kleine kerstboom, eiste moeder telkens weer, wanneer ze de dagelijkse portie dennenaalden van het tapijt veegde. Jaja, monkelde pa vanachter zijn krant. En een jaar later kwam hij weer triomfantelijk de straat ingereden, op de fiets, want een auto heeft hij nooit gehad, met een kanjer van een denneboom die een meter voor zijn voorwiel begon, en een meter achter zijn zadel eindigde. Het waren vrolijke winters in de Moscou-wijk te Gentbrugge.

En dan werd de houten trap uit het zoldergat getrokken, en onder het stof werden de kartonnen dozen gehaald met de ballen, het engelenhaar, de kerststal en de beeldjes, en de lampjes.

Altijd weer spannend was het, wanneer de lampjes werden uitgetest. Nooit brandden ze de eerste keer. En dan moesten ze allemaal worden vastgedraaid, of erger nog, er moest worden gezocht naar dat ene defecte lampje. Maar vader loste het hoedanook op. En dan versierden we de boom, mijn broertje, mijn zus en ik. En pa hing op de meest onmogelijke plekken in huis rode linten, en kerstballen en dennentakken.

Af en toe sneuvelde er een bal. En dan werd er triest gekeken, en fluisterden wij jaloers over onze neven Daniël, Freddy en Zak die er elk jaar mee opschepten dat zij in januari met elastiekjes àlle ballen uit hun kerstboom stuk mochten schieten. Dat leek ons toen het toppunt van rijkdom.

Toen onze boom volledig versierd was, kreeg vader de eer om het sluitstuk te plaatsen. “De pinne” zoals wij dat noemden, die helemaal bovenaan werd gezet als een soort bliksemafleider. Een zilveren kunstwerk dat elk jaar scheef stond.

En de drie koningen lagen achter de kerststal, die mochten pas in januari komen, en het kindeke Jezus mocht pas op kerstavond in de kribbe, na de tong in madeirasaus en na de middernachtmis.

Vader was fier. Tijdens avondlijke wandelingen keken wij in alle huiskamers naar binnen. Onze kerstboom was zeker de grootste van de wijk, en de schoonste ook. Eén keer opperde moeder dat er nu ook plastieken dennenbomen bestonden, daar vielen de naalden niet van uit. Vader keek zelden streng, maar zo een voorstel veegde hij met één blik van de wereld. Plastieken kerstbomen,... dat was verdomme voor socialisten en liberalen.

Gisteren versierde mijn madam de kerstboom. En ik heb de pinne mogen plaatsen. Het wordt een mooie winter in Ledeberg.

dinsdag 1 december 2009

Waarom de Zwarte Pieten staken





Paniek in Sinterklaasland! De Zwarte Pieten zijn in staking, en dat kan de komende dagen voor grote drama’s zorgen. Oorzaak van de sociale heibel ligt diep in de jungle van Zanzibar, waar de Waku Waku-stam al die opdrachten uit Europa grondig beu is. Ik ging even een kijkje nemen, op invitatie van Jean-Pierre Mokunga, syndicaal afgevaardigde van de Pieten van zijn dorp.


Diep in de brousse bereik ik na een barre tocht het huttendorp Waku Waku. Bij de grenspaal staat Jean-Pierre. Hij draagt een slodderjeans en een t-shirt van Bikkembergs. Hij ontvangt me in de familiehut, waar zijn knappe zus op een draagbare Mac zit te chatten met familie in Geneve. Vader en moeder Mokunga zitten in een lederen zetel en kijken televisie.

We gaan een pint drinken in de cafetaria-hut. In de hoek kijkt een groep jongeren naar een plat tv-scherm van Bang en Olufsen. De schotelantenne hangt bovenaan de hoogste boom van het oerwoud. Aan de andere kant lummelen pubermeisjes bij een juke-box. Kleurrijke topjes, naveltje bloot, ophitsende broekjes die hun zwarte kontjes accentueren.

,,We zouden met alle jonge gasten van het dorp naar België en Nederland moeten vertrekken’’, vertelt Jean-Pierre, ,,maar we zijn zo moe! We worden uitgebuit door het rijke Westen, we kunnen niet meer. Echt waar!’’


Terwijl zijn laatste woorden wegsterven in een kokosdrink, galmt uit de twintig luidspekers in het dorp de stem van de burgemeester. ,,Attentie Attentie, over een half uur komt de Deense Stanley’s Route eraan. Maak u klaar allemaal!’’.

Met een meesterlijke routine verbergen de Waku Waku’s hun westerse invloeden. Ik zie grote bananenbladeren voor de tv-schermen komen, de juke-box verdwijnt achter een houtstapel, de pc’s moeten uit, en een grote koffer van slangenleer komt op het middenhet plein te staan. Iedereen kleedt zich uit. Weg Bikkembergs. De mannen binden een peniskoker over hun geslacht en sommigen zetten een grote neusring op. De meisjes vouwen hun kleertjes netjes op, oliën hun borstjes in en wringen een versleten strooien rok over de billen. Sommigen wentelen zich even in het stof van het kippenren, en tien minuten later is er controle op het marktplein. Burgemeester Jean-Luc Madangu schouwt zijn troepen. ,,Jeannet, er hangt nog een MP3-speler tussen je tettekes’’, roept hij boos. Blozend rent het meisje naar de ouderlijke hut.


Even later komen uitgeputte Deense beroemdheden het dorp binnengestrompeld. Ze kijken verbaasd naar zoveel armoede, ontdekken dat er geen vers water is, en dat ze zelf een aapje moeten slachten en braden. De Waku Waku’s kijken zo neerslachtig mogelijk en broebelen maar wat aan tegen de bleke Denen.

Pas ‘s anderendaags vertrekken de drie zangers, de twee omroepsters en de wielrenner weer de brousse in. Ze hebben ruzie, want de zanger heeft een omroepster bepoteld in de schamele hut. ,,Ze had het koud en ik heb haar helemaal warm gewreven’’, mokt Bjorn de zanger.

De Denen zijn weg, de producer komt cash betalen bij de burgemeester en zegt: ,,Goed gewerkt jongens. Tot volgend jaar’’.

Iedereen wil zich weer aankleden, maar uit de luidspekers klinkt een strenge boodschap. ,,Bloot blijven vrienden, straks passeert er een familie Nederlanders van Toast Kannibaal. Ik zoek drie vrijwilligers die het domme dikke dochtertje van die familie een beetje gek willen maken. Ze heet Klaartje. De vader is vegetariër. Die laten we een aapje slachten. Haha’’.


Morrend blijven de mannen met hun hoogst vervelende peniskoker rondlopen. Alleen de meisjes zijn blij, zij gaan spelen in de rivier en fantaseren over die knappe blonde Deense venten.


,,En zo is het alle dagen iets’’, klaagt Jean-Pierre Mokunga, ,,volgende week hebben we de italiaanse Stanley’s Route, de week erna een fotoshoot met ene Tanja Dexters die nog eens bloot in een Vlaams blad wil, en tegen nieuwjaar komen de topmanagers van een Duits bedrijf hier primitief feest vieren, met hun dikke verlepte konten. En dan zouden wij nu nog heen en weer moeten vliegen om Zwarte Piet te gaan spelen in Belgische huizen? Om daar rillend van de kou over die gladde daken te wandelen? Vergeet het! Dat die Sinterklazen het eens zelf leren doen, de racisten. Dat ze eens Witte Pieten uitproberen. Wij doen dit jaar niet mee, tenzij we een bedrijfswagen krijgen. Een jeep om mee naar de hoofdstad te rijden, en een nieuwe gsm. Enfin, we zien wel. Vanavond mail ik met de hoofdsinterklaas. We zien wel wat hij te bieden heeft. Kom, we gaan vlug een pizza van Dokter Oetker eten voor die Hollanders hier zijn, want dan moeten we weer rijst eten met onze handen.’’


Ik weet niet of het ooit nog goed komt...