maandag 13 juli 2009

Jong

Ik liep door de Eggermontstraat in Ledeberg, en ik liep weer te dromen. Oude mannen dromen veel. Zodoende liep ik domweg tegen een meisje aan. Allez, een jonge vrouw, maar op mijn leeftijd zijn alle vrouwen onder de 33 jonge meisjes.
Ze was mooi: een jurkje dat door een vakman rond haar lichaam was gegoten, stoute blinkende ogen, een stoute mooie mond en rode schoentjes.
‘Sorry snelle’, mompelde ik terwijl ik mijn buikje introk, ‘ik liep te dromen.’
‘Dat is niet erg, grijsaard’, lachte ze haar stoute tanden bloot, ‘ik ben al blij dat de derde leeftijd nog droomt!’.
‘Let op hee kleine, ik ben er nog maar 53!’, protesteerde ik, ‘en als straf betaal ik jou een glas in het Achturenhuis’.
Natuurlijk wilde ik vooral indruk maken op de drinkebroers in de kroeg. Ze lieten bijna de glazen uit hun handen vallen wanneer ze mij met deze jonge engel zagen binnenstappen. ‘Twee cava’s Rosita!’, riep ik arrogant, en ik negeerde mijn maten.
Ik onderhield me met mijn kleine godin over het leven zelve, over alle werelddelen en over de kracht van een mojito tijdens de liefdesnacht.
Ze leek uit mijn ogen te drinken, ik voelde me de keizer van Ledeberg. Tot haar gsm rinkelde met een lelijk melodietje. ‘Hey, dag schatje, ik kom seffens hoor, maar ik heb hier even met een oude man zitten praten. Watte? Neen hoor, hij ziet er volstrekt ongevaarlijk uit.’
Aan de toog hoorde ik luid gelach.
Het mooie meisje stelde zich recht, zoende me op de wang en fluisterde: ‘Bedankt voor de cava, en je ziet er wél heerlijk gevaarlijk uit. Maar dat moeten die pipo’s aan de toog niet weten, en mijn vriendje ook niet.’
Ze verdween. Met zeker twaalf mannen keken we betoverd naar de wiegende billen die tegen dat jurkje gekleefd bleven.
Ik wou naar de toog vertrekken om de commentaren te aanhoren, toen ik het kleine briefje zag liggen: ‘Bots je ooit nog eens tegen mij aan?’ en daaronder een gsm-nummer.
Ik heb een rondje gegeven met een geheimzinnige glimlach op de lippen.

2 opmerkingen: